In de voetsporen van Eten, Bidden en Beminnen - Gypsysoul
15774
post-template-default,single,single-post,postid-15774,single-format-standard,qode-quick-links-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,columns-4,qode-theme-ver-11.0,qode-theme-bridge,hide_inital_sticky,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive

In de voetsporen van Eten, Bidden en Beminnen

Een verhaal waarvan ik al jaren voel dat ik het moet delen. Want ja ik ben een wandelend cliché, maar wel eentje met een heel erg mooi verhaal. Mijn  eerste trip alleen naar Ubud, Bali was in december 2014. Ik had zojuist een punt gezet achter een zes jaar durende relatie, was graatmager en uitgeput van het ontzettend hard mijn best doen dingen te laten werken die simpelweg nooit zouden gaan werken. Met kerst alleen huilend aan de eettafel van mijn ouders zitten? Dat zag ik niet zitten. Daarom besloot ik een ticket naar Bali te boeken.

Bali was de enige plek waar ik me eigenlijk echt fijn heb gevoeld tijdens een postgraduate backpackavontuur met de ex-vriend (2011), waarbij ik na twee weken niet naar de wc geweest te zijn in een Indonesisch ziekenhuis belandde voor klysma’s. Maar dat is een ander verhaal. Punt was. Bali. Daar voelde ik me fijn destijds. Om specifiek te zijn Ubud. Ik herinner me hoe ik in 2011, verlangend naar rust, reinheid en regelmaat in de backpackgekte, elke ochtend granola at in een restaurant waar een enorm schilderij van tafelende apen hing. Gefascineerd bleef ik dagenlang staren naar het schilderij, evenals naar de langharige opvallend geklede Indonesiër die overduidelijk stamgast was.

Dat ik hier jaren later alleen terug zou komen en dat een ontmoeting met deze intrigerende man het begin van mijn schildercarrière zou betekenen, kon ik toen nog niet vermoeden. Dat de man waarvan ik jarenlang geloofde dat het mijn soulmate was dan tot het verleden zou behoren en ik net als Elizabeth Gilbert als een gebroken vrouw alleen naar Bali zou vliegen evenmin. Om over het feit dat ik bijna alle hoofdrolspelers uit Eten, bidden en beminnen persoonlijk zou ontmoeten (en die al snel ook mijn hoofdrolspelers zouden worden) nog niet te spreken.

December 2014 dus. Een ticket naar Bali. Het vage plan om Eten, bidden en beminnen nog een keer te lezen. Maar toch thuisgelaten. Bij aankomst in mijn eerste hotel aan zee stond hij al in het boekenschapje van de kleine boekenkast op me te wachten. Nederlandse versie. Toen ik hem een paar dagen later nog niet uit had en verder wilde reizen, mocht ik hem gewoon meenemen. Mee naar Ubud. Het episch centrum van het Bali avontuur van Elizabeth Gilbert. Uiteindelijk ook dat van mij.

Die dag besloot ik een fiets te huren. Dat scooters de trend dicteerden, maakte me niet uit. Ik had geen idee waar ik was of waar ik heen ging, maar besloot gewoon wat rond te fietsen. And guess what? Binnen een kwartier stond ik voor het huisje van Ketut Liyer, dé handlezer uit Eat, Pray, Love. Aan de muren prijkten foto’s van Julia Roberts, aan de hand van Ketut zaten twee op hun lot beluste Amerikanen.

Dat elk vierde geboren kind in Bali de naam Ketut draagt (ongeacht man of vrouw en ze bij nummer vijf gewoon weer opnieuw beginnen te nummeren bij één), dat mijn moeder een jaar eerder het hele dorp afgezocht had naar deze specifieke Ketut en hem nooit gevonden had en dat ik nu dus ineens voor zijn neus stond. Dat die kans echt heel klein was dat dat gebeurde. Dat drong later pas tot me door.

Op dat moment was alles wat ik kon denken: zal ik het laten doen? Mijn toekomst laten voorspellen door deze man die de toekomst van de wereldberoemde bestseller auteur zo veranderde? Ik besloot ervoor te gaan.

Nadat de Amerikanen verzekerd waren van een hoop geluk was het mijn beurt. De reading kwam niet erg geloofwaardig op me over: “You pretty, me very old and ugly. Do you want to marry me? You will be very lucky, succeed in everything you do, you will be very healthy and have a long life. Many many men will love you.  And you can marry in your country soon.”

Welke toerist wil dat nou niet horen? Toen ik op wilde staan keek hij nog even geschrokken. Er zou een slecht persoon in mijn leven komen (en sindsdien vraag ik me al drie jaar bij elke foute man af of dit de man was waar Ketut destijds op doelde). Zijn zoon, die de uitspraken van zijn vader dubbel checkte zei echter dat het wel mee zou vallen. Kortom ik was niet erg onder de indruk van de voorspelling van de oude handlezer.

Looking back ben ik wel onder de indruk van mijn eigen voorspellende vermogens destijds. Ik herinner me namelijk dat ik die desbetreffende dag in december 2014 heel sterk het (voor)gevoel kreeg dat ik er in Bali bij zou zijn op het moment dat Ketut Liyer zou overlijden. En dat was precies wat er twee en half jaar later zou gebeuren.

Maar eerst zou ik nog een bezoekje brengen aan Wayan Nuriasih, de geneesvrouw die Elizabeth hielp toen ze van haar fiets was gevallen en die uiteindelijk geld van de schrijfster ontving om haar blauwe droomhuis te kunnen kopen. Tevens bij toeval liep ik langs haar praktijk.

Dat mijn gezondheid in die tijd, al jaren worstelend met mezelf uithongeren, niet erg goed was had iedere idioot me kunnen vertellen. Maar op de een of andere (naïeve) manier, had ik vertrouwen in Wayan.

Gevolg was dat ik een half uur later in mijn slipje in haar inloopruimte stond, omwikkeld met een sarong en met wierookstokken in mijn hand biddend om me beter te maken en al het slechte te laten gaan. Ik moest iedereen die ik ooit pijn gedaan had om vergeving vragen.

Vervolgens werd ik door een paar mannen mee naar achteren genomen en werd mijn naakte lichaam gemasseerd met zeewierbladeren om de giftige stoffen die zich opgehoopt hadden vrij te laten.

Niet veel later kwam een man, genaamd ‘de master of spirits’ de ruimte binnen. Hij was de man die de slechte geest uit mij zou gaan drijven. Hij trok aan mijn tenen, terwijl een jongere Indiase man met een soort van tulband om zijn hoofd mijn gezicht bleef wassen. Gevolgd door de rest van mijn lichaam.

De lamp in de kamer flikkerde aan en uit en opeens werd ik heel erg bang. Was dit de slechte geest die ik voelde? Een plotselinge diepe doodsangst. Die binnen een paar minuten als sneeuw voor de zon verdween. De mannen trokken aan mijn oren en haalden daar een vaag wit goedje uit, wat een manifestatie van de slechte geest zou zijn.

Het wassen ging door, evenals het aantal mannen wat deelnam aan het ritueel. “Ik geloof niet dat er ooit een vakantie was waarbij zoveel mannen aan mijn borsten hebben gezeten”, schreef ik destijds in mijn dagboek. Dit was een sessie met drie mannen tegelijk die al grappend en grollend (toen ik in het Engels vroeg wat er was kwam er gebrekkig uit: ‘you are very pretty’) mijn bijna naakte lichaam masseerden. Ik kreeg al snel een bruin, naar het schijnt heel duur mengsel op mijn buik en borsten, ter voorkoming van kanker. Na afloop legde Tutti er een heel groot stuk koraal op en moest ik weer bidden (was Bali niet het beminnen hoofdstuk?!).

Vervolgens moest ik een douche nemen met een vaag mengseltje en rare zelfgemaakte medicijnen slikken. Tevens kreeg ik een hele zak van diezelfde medicijnen mee. Tegen royale betaling uiteraard. Want het geld wat ik overhandigde was uiteraard niet afdoende. Dat Wayan zichzelf als een soort Robin Hood zag, die steelde van de rijken om de armen te kunnen helpen, hoorde ik pas jaren later.

Als ik toen een beetje oplettend was geweest had ik het kunnen weten. Ik was namelijk niet de enige die grof betaalde. Inmiddels was er ook een man uit het Oostblok met zijn vrouw de ruimte binnen getreden. Zijn opvallend dikke buik viel onmiddellijk op. Niet standaard dik, maar het leek net alsof hij zwanger was. Hard en bol. Een vriendin die op wonderbaarlijke wijze was genezen door Wayans kruiden had hem meegenomen op een ‘healing journey’. Een week lang alles doen wat Wayan dacht dat nodig was om de man van deze buikkwaal af te helpen, dat was hun missie. Een missie die zou leiden naar een man met een magic knife om slechte geesten weg te snijden. Een man waar ik helaas ook een bezoekje aan moest brengen om mijn probleem te helen, aldus Wayan.

Dus zo zat ik een paar dagen later met Wayan, Tutti (haar inmiddels puberdochter), en de twee Oostblok toeristen in een auto. Op weg naar haar grootvader met zijn magische mes. Na anderhalf uur rondzwerven over verlaten slingerweggetjes, kwamen we bij een pinda-etende man met ontbloot bovenlijf aan. Helaas voor ons bleek de man bij aankomst moe te zijn van alle slechte geesten die hij die dag had gevoeld en moesten we een andere dag die week terugkomen. En alsof het niets was besloten we dat dus maar te doen.

Een paar dagen later reden we wederom het erf op. De gekooide haan kraaide al bij onze aankomst. De man keek verheugd. Dit keer was het for real. De Oostblok man ging eerst. Gehuld in een sarong betrad hij het heilige terrein. Ik wachtte op een afstandje, mijn rugzak voorzichtig neerzettend op het trapje waarop ik plaatsnam. Niet op de juiste plek bleek later. Dat kwam nogal nauw in verband met bijgeloof.

De grootvader zat al te wachten met het mes, waarmee hij voorzichtig het lichaam van de Sloveniër scande. Op het moment dat er een slechte geest in een lichaamsdeel aanwezig was, zou het mes in de richting van zijn lichaam wijzen. In case dit niet zo was, zou zijn magische mes zich van hem afkeren. Het sprak voor zich dat de aanwezigheid van een slechte geest in een bepaald lichaamsdeel betekende dat die eruit gesneden moest worden. Voordat je nu een heel bloederig tafereel voor je ziet, hij gebruikte de botte achterkant van het mes.

Nam niet weg dat het een pijnlijke exercitie was. En na het zien kermen van de grote Slovenische Stefan keek ik alles behalve uit naar mijn beurt. Sterker nog, ik wilde deze gekkigheid eigenlijk helemaal niet meer. Maar de situatie was er echt niet naar om te weigeren. En dus nam ook ik vervolgens plaats. Stefan keek toe met inmiddels een reusachtig blok koraal op zijn hoofd.

Laten we het kort houden. De grootvader van Wayan vond meerdere slechte geesten bij mij, op de gekste plekken. En het deed pijn, heel veel pijn. Ik heb gehuild, geschreeuwd. Maar voelde me daarna een stuk beter. En vraag me niet of er een verband is tussen al deze gebeurtenissen of niet….maar een paar weken later landde mijn vliegtuig weer op Amsterdam en riep mijn moeder: ‘Ik heb mijn oude Aniek weer terug!’. Ik begon weer te eten, weer te leven, kwam zeven kilo aan en mijn anorectische tijd was ineens over.

In de jaren die volgenden werd ik op miraculeuze wijze terug richting Ubud gestuurd. Telkens wanneer mijn mind zei dat het nergens op sloeg, besloot ik hierin toch mijn hart te volgen. En zo kwam het dat ik in de zomer van 2016, vier maanden onbetaald verlof had gekregen om in het Balinese dorp te wonen. Nog geen week na mijn aankomst verscheen er een berichtje op de Ubud community Facebook pagina. Handlezer Ketut Liyer was overleden. Kippenvel. Was dit niet het moment wat ik twee en half jaar eerder voorvoelde?

Onmiddellijk besloot ik een fiets te huren en terug te keren naar zijn huisje. Daar lag zijn dode lichaam opgebaard tussen de festiviteiten die al in volle gang waren. Ik begon te huilen, waarop een man, opgevoed door Ketut, naar me toe kwam. Hij vroeg me waarom ik huilde, waarop ik het verhaal vertelde. Dit was het begin geweest van mijn Balireizen. En nu stond ik hier precies zoals ik voorvoelde. Onmiddellijk bood hij me een sarong aan en nodigde me uit voor de crematie diezelfde dag.

Rauwer had mijn Bali avontuur dat jaar niet kunnen beginnen. Waar ik Nederland de dood angstvallig vermeden wordt in het normale dagelijks leven, werden dode lichamen hier openlijk over straat gedragen. Naar een begraafplaats en crematieplek in één. Waar de jonge kinderen letterlijk naast voetbalden. Aangezien Ketut en priester was moest zijn lichaam binnen 24 uur verbrand worden (ik bedoel…wat waren de kansen dat ik in die precieze 24 uur in Ubud zou zijn zoveel jaar later?!). Meerdere mannen pookten met stokken waar benzine uit kwam in de kist die langzaam vlam vatte, ervoor zorgend dat ook alle botten tot as vergruisd werden. En ja daar heb ik foto’s van. Maar uit respect heb ik besloten die niet openbaar te delen.

Een diep besef dat alles wat ik als mijzelf beschouwde, mijn lichaam, binnen 24 uur niets anders kon zijn dan as. Het begin van een transformatieve spirituele tijd. Die ingeluid werd met het oppikken van een slechte geest op de desbetreffende begraafplaats, die de daaropvolgende nacht door mijn kamer zou spoken. Gelukkig was mijn buurman de volgende dag zo vriendelijk om hem te verjagen. Maar toen ik vervolgens uitgenodigd werd voor de grote begrafenis (waarbij de as in een gefabriceerde koe gestopt zou worden), bedankte ik vriendelijk. Zelfs toen ik wist dat Elizabeth Gilbert herself zou komen om de ceremonie bij te wonen.

Na afloop van de crematie dronk ik thee met de jonge man die opgevoed was door Ketut. Hij vertelde dat de oude man vlak naar het uitbrengen van de film Eat, Pray, Love dement was geworden. Zijn familie wilde echter dat hij door bleef gaan met wat hij deed voor toeristische inkomsten. Ineens kon ik de vage voorspelling van een paar jaar eerder plaatsen. Hij vertelde dat hij een Ketut Liyer huis aan het maken was, evenals een Ketut Liyer hostel. Zittend in die achtertuin, luisterend naar prachtige verhalen over het bijzondere Bali en de geneeskrachtige werking van de natuur, kwam Wayan langslopen. Op de voet gevolgd door vier Westerse vrouwen. De jonge Putu vertelde dat hij probeerde haar te strikken voor een Eat, Pray, Love package dat ze aan toeristen aan konden bieden. Dat zou mooi staan in de Lonely Planet.

En ineens moest ik weer denken aan mijn gesprek met haar in 2014. Waarin ze me vroeg haar voor te lezen wat er over haar in de lonely planet stond. Ik las voor: “One of the stars of Eat, Pray, Love. Can work wonders with medical plants. Many are for sale in front as well as massage and other treatments. The ‘vitamin lunch’ is the antidote for Bintang dinner.”

Ik herinner me hoe Wayan destijds begon te lachen. Waarop ze zei: “And now you share your story”. Zodat het verhaal doorgaat en ik meer mensen kan helpen. En dat is wat ik nu – drie jaar later –  een stuk minder naïef, maar wederom terug in Ubud, doe.